Ali Demper: geloven met je hart

Lettergrootte aanpassen:

Ali Demper is in de loop der jaren gesterkt in haar geloof. Onder invloed van de omgeving is zij wel veranderd, maar de basis blijft gelijk. “Ik voel mij zo gezegend door de jaren heen.”

“’s Morgens begin ik níet met de krant, maar met de Bijbel. Sinds 1974 - ik was toen vierentwintig jaar – weet ik dat ik een kind van God ben. Ik zat behoorlijk in de verdrukking. Als je dan in het licht van God komt, is dat een aardverschuiving. Dan moet er nog veel uitgewerkt worden. Ik ben een zoeker die gevonden is, maar ik blijf zoeken. Ik ben wel anders gaan denken. Zo geloof Ik bijvoorbeeld niet dat de wereld in zes dagen geschapen is. Misschien is het wel zes keer een miljoen jaren geweest of nog meer. Wel is er volgens mij bij het ontstaan van de schepping sprake van een Schepper. Als je ziet hoe ingenieus de natuur is, hoe bijzonder wonderlijk een mens in elkaar steekt, dan kan ik alleen maar verwonderd zijn en vol ontzag.

Mede door mijn handicap als gevolg van polio in mijn jeugd ben ik door diepe dalen gegaan. Maar ik kwam steeds weer boven. Mijn moeder kon dat moeilijk hanteren, wat alles nog erger maakte. Het moet begin jaren tachtig geweest zijn toen ik besefte dat ik veel te veel deed.  Want ik vond dat ik net zoveel moest kunnen als andere mensen of nog meer. Ik werkte toen 50% als secretaresse. Ook was ik lid van de Mattheüskerk in Oog in Al, in Utrecht (de kerk van Ds. B. Wallet, die ook regelmatig als gastpredikant in de Maria Christina is voorgegaan; hij leidde er samen met zijn vrouw een Charismatische Bijbelkring).  Een arts heeft toen ik burn-out was aan me gevraagd: ‘wat wil je verder met je leven’? Dat heeft me tot nadenken gestemd. Met behoud van mijn uitkering kon ik gaan studeren. Ik was vijfendertig jaar, had alleen Mavo. Naar mijn gevoel ging er weer een raam dicht en een deur open, zoals dat telkens gebeurde. Het betrof de parttime opleiding voor maatschappelijk werk. Allemaal volwassenen. Ik heb een leuke tijd gehad. Ik had een auto en ik kon nog lopen. In 1991 heb ik de opleiding succesvol afgesloten. Als eindcijfer kreeg ik een 8 ½. Aan de opleiding heb ik veel plezier beleefd, ook voor mijzelf heb ik er veel aan gehad. Zo formuleer ik anders dan vijfentwintig jaar geleden. In de loop der jaren ben ik vrij direct geworden. Ik probeer mensen niet te kwetsen, maar ik zeg het wel.”

Open gemeenschap

“Rond 1985 kreeg ik mijn eerste rolstoel. In het gebouw van de stichting Timon Zeist waar ik  toen als vaste bewoonster in de woongroep woonde, waren de lange afstanden te bezwaarlijk om te lopen. Na de studie en het afsluiten van de opleiding voor maatschappelijk werk heeft de arts tegen mij gezegd: ‘ik zou niet meer gaan werken, je kunt beter bezig zijn met andere dingen op vrijwillige basis.’ Dat was slikken, want de ambitie was er wèl. Ik heb  heel veel geleerd, ook hoe het niet moet. Toen ik opnieuw in de woongroep een burn-out kreeg, wisten de andere bewoners met mij geen raad. Ik zat in een rolstoel en moest een aangepaste woning hebben. Zo ben ik in Den Dolder terecht gekomen, tegenover de Maria Christina Kerk. De kerk is een open gemeenschap, maar dat was tweeëntwintig jaar geleden niet zo. Ik ben ook lid geweest van de cantorij. Ik zat toen slecht in mijn vel en maakte moeilijk contacten. Wel had ik gelukkig goede contacten buiten Den Dolder met verschillende vrienden. Ik was in rouw over diverse dingen en ben toen hier heel eenzaam geweest. Daar moest therapie aan te pas komen om weer perspectief te krijgen, wat gelukkig heel goed is gegaan. Ook ben ik toen naar een Gemeente in Utrecht gegaan waar ik zestien jaar ben gebleven en waar ik veel ontvangen heb. Uiteindelijk weer zo’n raam dat dicht ging en een deur die openging. Ik heb daar heel duidelijk Gods leiding in gevoeld. Toch ben ik op een bepaald moment teruggegaan. En ik voel mij nu thuis in Den Dolder. Ook in de kerk die wel totaal veranderd lijkt. De kerkzaal is veel toegankelijker geworden, ook voor m’n rolstoel en met andere kleine stoeltjes zodat er meer ruimte is. Het lijkt of er een andere wind waait, veel warmer en opener.

Ontwikkeling
Ik heb een diepe ontwikkeling doorgemaakt, ook in mijn geloof. Niet geloven met je hoofd, maar met je hart. Toen ik drieëntwintig was heb ik de beslissing genomen: ‘ik wil geen bitter mens worden, Jezus wilt U in mijn hart komen?’ En Hij deed het. Daardoor ontving ik vrede. Momenteel lees ik het boek Vol van de Geest door de Zweedse auteur Peter Halldorf. De ondertitel luidt: hoe de Heilige Geest het dagelijks leven verrijkt.  Elke ochtend lees ik er een stukje uit. Dit boek hebben vrienden van mij ook gelezen. Het is zo geweldig. Niet dat ik de Heilige Geest in mijn broekzak heb, maar ik leer wel hoe ik mijn dagelijks leven handen en voeten kan geven. Tegenwoordig beoefenen veel mensen Zen-meditatie dat concentratie betekent. Leven in het hier en nu. Ook Jezus zegt: ‘Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last.’ Mattheüs 6:34. Dat is een van m’n lijfteksten.”